Soms vang je er eentje op. Gewoon, midden in de supermarkt, op een terras in de zon, of tijdens een vluchtig gesprek. Een woord. Geen ingewikkeld begrip uit een dik, saai woordenboek, maar een doodgewone klank of krachtige uitdrukking uit ons dagelijkse leven.
Maar als je écht luistert, merk je dat sommige woorden veel meer doen dan alleen een geluid achterlaten in de lucht. Ze triggeren een gevoel. Ze doen je meteen denken aan een heel specifiek karakter. Het zijn woorden die je niet alleen hoort, maar die je bijna kunt proeven.
De smaak van een karakter
Neem nu een uitdrukking als ‘Je m’en fous' . Als je dat hoort, hoor je geen letters; dan proef je de smaak van absolute vrijheid. Het ruikt naar een gezonde dosis lak hebben aan wat de wereld denkt, naar je eigen koers varen met een kamerbrede glimlach, en naar de humor inzien van de dingen die misgaan. Het is de taal van een ‘specialleke’ dat weigert in een strak hokje te kruipen.
En dan is er die unieke titel: ‘Herinneringssprokkelaar’. Dat woord voelt teder en zacht aan. Het proeft naar het minutieus verzamelen van kleine, schijnbaar onbeduidende momenten — een onverwachte uitstap naar de Ardennen, een legendarische papsaus met eieren, of het simpelweg dag en nacht klaarstaan voor de mensen én de dieren om je heen. Het is het weven van onzichtbare draden die een familie voor altijd verbinden.
‘Piëdestal’, van oudsher is een piëdestal een voetstuk. Een verhoging waarop je iets zet dat kostbaar is, iets dat gezien mag worden, iets waar je met ontzettend veel bewondering en respect naar kijkt.
Als je dat woord hoort in de context van een mensenleven, proef je meteen een heel specifiek karakter. Het doet je denken aan een vrouw of man uit één stuk. Geen grijze muis die stilletjes in de hoek meedraaide, maar iemand die op haar eigen piëdestal stond of gezet werd door de familie en vrienden.
Het woord als kompas
In mijn werk als uitvaartspreker zijn dít de woorden waar ik naar op zoek ga. Tijdens een voorgesprek met de familie luister ik niet alleen naar de jaartallen of de droge feiten. Ik zit aan tafel met mijn antenne wijd open, jagend op dat éne, proefbare woord dat de overledene typeert. Het is het woord dat de familie zélf vaak onbewust een paar keer laat vallen.
Zodra ik zo’n woord te pakken heb, begint de magie. Het wordt het kompas voor de hele ceremonie. Want met zo’n karaktervol anker kun je een heel levensverhaal aan elkaar praten. Het wordt de rode draad die het welkomstwoord naadloos verbindt met het kaarsenritueel, en die uiteindelijk organisch overvloeit in het allerlaatste dankwoord.
Een monument in woorden
Door een heel afscheid op te hangen aan zulke doorleefde woorden, verandert een uitvaart. Het wordt geen opsomming van geboorte- en sterfdata. Nee, de aula verandert in een ruimte waar die persoon weer héél even tastbaar aanwezig is. De mensen in de zaal luisteren niet naar een droge biografie; ze knikken, ze glimlachen, ze herprikkelen hun zintuigen.
We timmeren die dag als het ware een monument in woorden. We zetten de overledene nog één keer, met alle respect, recht op hun eigen piëdestal. Niet omdat ze perfect waren, maar omdat ze uniek waren. We vieren de overledene precies zoals die was: met al de kleuren, de luide lach en de onmetelijke liefde.
Als we afscheid nemen van een geliefd mens, dan verdient die herinnering een taal die leeft, die sprankelt en die smaak heeft.
Welk woord heeft jouw dag vandaag kleur gegeven? En als je heel diep graaft... wie verdient er in jouw hart een blijvende piëdestal?
Liefs,
Angelique ROUWMOED
Reactie plaatsen
Reacties